About

Joyce van Heek (1965) wants to give a place to the interaction between humans and animals with her textile works. Mainly from cow and sheep skins she designs narrow banners and monumental tapestries, giving the animal a second life, as it were. For Joyce van Heek, the skin of an animal tells a story. Out of deep respect for the nature of the animal, her works are an ode to them.

In my first life, I worked in Amsterdam as an independent costume designer until I got a car accident fifteen years ago. I had permanent damage to it, so I could not keep my business running anymore. But I could not sit still either.

In the meantime I had been forced to move back to the farm of my parents. There I started making artworks from the furs of animals. For me a logical step, because I already worked a with leather as a costume designer. ‘I find the fur of animals infinitely interesting and comforting.’

The skin of an animal tells a story and I study a fur for as long as I am aware of its essence. Just as a sculptor peels off a piece of marble, as it were, and cuts out his image from it, I peel and scrape a skin like a sculptor. I cut, I shed, I shave, right there so that the animal reappears.
The skins I work with are animals that are killed because of the meat, it is a residual product. I love animals, I feel a lot of loyalty with them so I do not lose anything from the skin. We banish the animals more and more from our environment. Put them in pig flats or in barns but even if you do not see them they are there. I hope, I would like us, as a human being, to look at our society from a different perspective, and especially our interaction with the animals.

After the death of my father, I thought about life, death and legacy. What is the legacy of our cattle: for me that is the bond we had, the meat we eat and the leather we use. I think my work brings to the people what is no longer there, by scraping and drawing in the fur I get the animal out, this is my ode to the animal.

 

Joyce met herefordkoeienPhotographer / farmer Johanna Jahkola (from Finland)

 

Joyce van Heek (1965) wil met haar textiele werken de omgang tussen mens en dier een plek geven. Uit de huiden van hoofdzakelijk koe en schapen ontwerpt zij smalle banieren en monumentale wandtapijten waarbij zij het dier als het ware een tweede leven geeft. Voor Joyce van Heek vertelt de huid van een dier een verhaal. Uit diep respect voor het wezen van het dier zijn haar werken een ode aan hen.

In mijn eerste leven, werkte ik in Amsterdam als zelfstandig kostuum ontwerper, totdat ik vijftien jaar geleden een auto-ongeluk kreeg. Ik hield er blijvende schade aan over, waardoor ik mijn bedrijf niet meer draaiende kon houden. Maar stilzitten kon ik evenmin.

Ik was inmiddels noodgedwongen terug naar de boerderij van mijn ouders verhuisd. Daar ben ik kunstwerken gaan maken van de vachten van dieren. Voor mij een logische stap, omdat ik als kostuum ontwerper al veel met leer werkte. ‘Ik vind de vacht van dieren oneindig interessant en troostrijk.’

De huid van een dier vertelt een verhaal en ik bestudeer een vacht net zolang, totdat ik doordrongen ben van het wezen ervan. Zoals een beeldhouwer een stuk marmer afpelt als het ware en daaruit zijn beeld tevoorschijn hakt, zo pel en schraap ik als een beeldhouwer een huid af. Ik snijd, ik schuur, ik scheer, precies daar zodat het dier weer tevoorschijn komt.
De huiden waarmee ik werk zijn van dieren die worden gedood vanwege het vlees, het is een restproduct. Ik ben dol op dieren, voel veel loyaliteit bij hen dus ik laat niets van de huid verloren gaan. We bannen de dieren steeds meer uit onze omgeving. Stoppen ze weg in varkensflats of in loopstallen maar ook al zie je ze niet ze zijn er wel.Ik hoop, ik wil graag dat wij als mens vanuit een ander perspectief naar onze samenleving gaan kijken, en dus vooral ook naar onze omgang met de dieren.

Na de dood van mijn vader heb ik veel nagedacht over leven, dood en nalatenschap. Wat is nu de nalatenschap van ons vee: voor mij is dat de band die we hadden, het vlees dat we eten en het leer dat we gebruiken. Ik denk dat mijn werk bij de mensen brengt wat er niet meer is, door in de vacht te schrapen en te tekenen haal ik het dier tevoorschijn, dit is mijn ode aan het dier.